Het Artikelen Archief
  De Home pagina De Islam pagina De Profeet Mohammed (vrede zij met hem) pagina De Koran pagina De Hadith pagina
 
Het Leven van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem)

Op deze pagina kun je meer lezen over het uitzonderlijke leven van de laatste Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam. Dit prachtige verhaal zal zeker en heeft veel indruk gemaakt op menig moslim. Lees hoe de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam opgegroeide en welke gebeurtenissen in zijn leven hebben plaats gevonden. Lees hoe hij de boodschap (risallah) heeft overgebracht aan de mensheid en welke obstakels hij hierbij tegen kwam. Lees over de geboorte van Islam...

Kies in onderstaande inhoudsopgave het gewenste hoofdstuk om het te lezen. Het gekozen hoofdstuk zal vervolgens onder de inhoudsgave getoond worden. De inhoudsopgave kan ten alle tijden geraadpleegd worden, deze blijft altijd bovenin de pagina staan.


  1. Inleiding

  2. De nobele afstamming

  3. De geboorte van Mohammed

  4. De kinderjaren van Mohammed

  5. Mohammed's eerste reis naar het Shaam-gebied (Syri

  6. Mohammed's tweede reis naar het Shaam-gebied (Syri

  7. Mohammed's huwelijk met Khadija bint Khuwailid

  8. De wederopbouw van de Ka'bah in Mekka

  9. De Hiraa'e-grot

  10. De eerste openbaring

  11. Het openlijk verkondigen van de boodschap

  12. De vervolging

  13. De emigratie naar Abessini

  14. De bekering van Hamzah

  15. De bekering van Omar

  16. De gehele isolatie en het uitwijzingsbevel

  17. Het jaar van verdriet

  18. Mohammed's huwelijk met Sawdah en A?cha

  19. De reis naar Ta'if

  20. Het verzoek van wonderen en tekenen

  21. De nachtelijke toch en hemelvaart

  22. De emigratie van moslims naar Medina

  23. Het complot tegen de Profeet (Vrede zij met hem)

  24. De emigratie van de Profeet (Vrede zij met hem) naar Medina

  25. De verichtingen van de Profeet (Vrede zij met hem) in Medina

  26. Provocaties van de mensen van Quraish

  27. De strijd van Badr

  28. De slag van Oehoed

  29. Het schrijven naar vorsten en emirs

  30. De inname van Mekka

  31. De afscheidsbedevaart

  32. Het overlijden van de Profeet (Vrede zij met hem)

  33. De familieleden van de Profeet (Vrede zij met hem)

  34. De kinderen van de Profeet (Vrede zij met hem)

  35. Het karakter en gedrag van de Profeet (Vrede zij met hem)



24. De emigratie van de Profeet (Vrede zij met hem) naar Medina
Naar inhoudsopgave

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verliet zijn woning terwijl de mannen het omsingelden. Hij pakte wat aarde van de grond en gooide het naar hun hoofden terwijl hij het volgende uit de Koran zei:

"En Wij hebben voor hen een hindernis geplaatst en achter hen een hindernis en Wij hebben hun ogen bedekt zodat zij niet kunnen zien"

Allah, de Verhevene, had hun gezichtsvermogen afgenomen waarna zij niets hadden gemerkt toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam het huis verliet. Hij ging richting het huis van Abu Bakr en daarna vertrokken zij naar een grot dat zich in de berg Thawr bevindt op een afstand van ongeveer vijf mijlen richting Jemen.

Drie nachten in de grot
Abu Bakr ging als eerste de grot in om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te beschermen. Als er zich iets in de grot zou bevinden dan trof het hem en niet de profeet. Hij inspecteerde de grot en vond gaten in de muren die hij met stukjes stof van zijn kleding dichtmaakte; zo bleven er maar twee gaatjes over, die hij met zijn voeten dichtmaakte. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liep daarna naar binnen en sliep met zijn hoofd op de schoot van Abu Bakr. Hij werd gebeten in zijn voet maar bewoog niet om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam niet wakker te maken. De tranen van Abu Bakr kwamen op het gezicht van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waardoor hij wakker werd en vroeg wat er aan de hand was. Hij vertelde hem dat hij gebeten was. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam spoog op de plek waarna de pijn verdween. Zij verbleven drie dagen in de grot. Abdullah, de zoon van Abu Bakr, sliep ook bij hen. Hij was een inteligente jongeman en vertrok vroeg naar Mekka alsof hij daar ook de nacht had doorgebracht. Hij beluisterde ook de plannen en complotten van Quraish en vertelde die 's nachts aan hen door.

A'amir Ibn Fahirah, de slaaf van Abu Bakr, was een schapenherder. Hij ging met zijn schapen aan het begin van de avond naar de profeet en Abu Bakr zodat zij van de melk konden drinken. Op zijn terugkeer volgde hij met zijn schapen de sporen van Abdullah zodat die onvindbaar werden.

De mannen van Quraish stonden nog steeds op de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te wachten toen het ochtend werd. 's Ochtends stond Ali op die op het bed van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam had geslapen. Zij grepen hem vast en vroegen hem naar de profeet. Ali vertelde de mannen dat hij niet wist waar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam was waarna zij hem sloegen en naar de Ka'bah brachten. Daar hebben zij hem een uur lang opgesloten zonder iets te hebben gezegd. Daarna zijn ze naar de woning van Abu Bakr gegaan en vroegen aan zijn dochter Asma'e naar hem. Zij vertelde hen dat ze niets wist, waarna Abu Djahl haar een klap gaf waarbij haar oorbel uitviel. Daarna zijn zij overal met een zoektocht begonnen en kondigden een beloning van honderd kamelen aan voor een-ieder die hem levend of dood zou terugbrengen. Zij hebben in hun zoektocht de ingang van de grot ontdekt zodat als iemand van hen met zijn hoofd naar beneden had gekeken, ze de voeten hadden kunnen zien van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Het verdriet van Abu Bakr werd erg groot maar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam stelde hem gerust en zei: ,,Abu Bakr, wat dacht je van twee mensen die Allah steunt. Wees niet droevig, Allah is met ons".

Onderweg naar Medina
Op de nacht van maandag op dinsdag aan het begin van de maand Rabi'e I in het jaar 1"hijri" d.w.z. "de migratie jaartelling", kwam de gids Abdullah Ibn Uraiqit zoals afgesproken en bracht de twee dieren mee naar de berg Thawr. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en Abu Bakr ver-trokken vergezeld van A'amir Ibn Fahirah. De gids nam hen een heel eind op weg naar het zuiden, richting Jemen. Daarna richting het westen, d.w.z. richting de kust van de rode zee, vervolgens gingen zij weer richting het noorden langs de kust. Zo namen ze een weg die vrijwel onbekend was bij de mensen. Zij hebben de hele nacht en de daaropvolgende dag hun reis voortgezet. Toen het rustig werd aan het begin van de middag, hebben zij een pauze genomen waarbij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam rust nam onder de schaduw van een grote steen. Abu Bakr verkende de omgeving en zag een herder waaraan hij melk vroeg. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam wakker werd, kreeg hij te drinken waarna zij weer verder trokken.

De volgende dag zijn ze langs de tenten van Oum Ma'bad gekomen in Qadid dat op 130 kilometer afstand van Mekka ligt. Zij hebben haar naar voedsel gevraagd waarna zij haar excuses aanbood en hen vertelde dat de schapen niets te eten hadden. Vlakbij de tent was er een lam dat van vermoeidheid niet met de rest van de kudde mee kon op zoek naar voedsel, ook deze kon geen druppel melk geven. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vroeg om toestemming haar te melken waarna hij een groot vat vol molk dat de mensen maar met moeite konden dragen. Zij dronken er allemaal van en gaven Oum Ma'bad ook te drinken en konden het vat weer vol melken, waarna zij vertrokken zijn. De man van Oum Ma'bad kwam later thuis en reageerde verbaasd toen hij de melk zag. Zij vertelde hem het verhaal en omschreef uitvoerig de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Abu Ba'bad zei: ,,Hij is de man van Quraish, ik wil hem graag vergezellen op zijn reis en zal het zeker doen als het kan".

Op de derde dag hoorden de bewoners van Mekka een stem vanuit het zuiden tot aan het noorden en volgden hem maar zij konden niemand zien. Hij zei in een gedicht: "Moge Allah, de Heer der mensen, de twee kameraden belonen.

Zij bezochten Oum Ma'bad in haar tenten, belandden daar ter land en vertrokken ter land. Wie een kameraad van Mohammed is geworden, heeft alle voorspoed kunnen bereiken.
O mensen van Qusay, door hem heeft Allah jullie veel onheil onthouden en beschermt hij jullie tegen zaken die jullie anders niet tegen konden houden."

Nadat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en Abu Bakr de plaats Qadid voorbij waren, volgde hen Suraqah Ibn Malik Almadladji op een paard. Hij hoopte op de beloning die Quraish hadden beloofd. Toen hij hen naderde struikelde zijn paard en viel hij op de grond. Hij stond op en zwoer bij Al'azlaam (de goden van de mensen van Quraish). Hij verzocht aan hen of hij verder mocht gaan om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en Abu Bakr te benadelen. Hij was echter in zijn eigen denken al ongehoorzaam aan Al'azlaam, omdat zijn paard steeds struikelde en hij gewoon doorging. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam las uit de Koran en draaide zich niet om terwijl Abu Bakr dat vaker deed.

Op dat moment zakten de voorpoten van zijn paard in de grond tot aan de knie?n en viel hij op de grond. Hij probeerde het nog eens en zwoer bij Al'azlaam en er kwam op een gegeven moment een enorme wolk waarvoor hij bang werd en ervan overtuigd werd van het feit dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam de bescherming van Allah geniet. Toen kondigde hij aan dat hij geen kwaad wilde, waarna zij stopten. Suraqah vertelde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam over de plannen van Quraish en wilde hem voedsel en goederen geven maar de profeet weigerde dat aan te nemen. Suraqah vroeg hem deze gebeurtenis geheim te houden en schriftelijk vast te leggen dat hij veilig zou zijn. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gaf A'amir Ibn Fahirah de opdracht dit ook te doen. Op zijn terugreis vertelde Suraqah aan de mensen die hij tegenkwam en die op zoek waren naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam dat hij het hele gebied had uitgekamd en dat zij terug konden gaan.

Onderweg ontmoette de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam Buraidah Ibn Alhusaib Alaslami, moge Allah met hem tevreden zijn. Deze was samen met zeventig anderen die allen moslim waren geworden. Ze hebben het avondgebed samen met de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verricht.

Bij de vallei Batn Rim ontmoetten zij Az-zubair Ibn Al'awam in een groep moslims die vanuit het Shaam-gebied kwamen. Az-zubair gaf ze witte kleding om te dragen.

De aankomst in Qubaa'e
Op maandag 8 Rabi'e I van het jaar 14 na het gezantschap en dus het eerste jaar van de migratie, kwam de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam aan bij Qubaa'.

Toen de bewoners van Medina het bericht van het vertrek van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hadden gehoord zijn ze elke dag aan de rand van de stad gaan wachten maar gingen terug als het erg heet werd. Op een dag na hun terugkeer naar hun woningen kwam een joodse man een kasteel uit en zag de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zijn metgezellen aankomen met witte kleren aan. Deze man riep luid: "O Arabieren, daar komt jullie fortuin aan waar jullie lang op hebben gewacht". De moslims grepen naar hun wapens en uitten van vreugde de "takbier". Zij verlieten hun woningen om hem te verwelkomen bij Dhahr Alhurrah. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ging richting Beni Amr Ibn Awf in Quba'e waarbij de mensen hem volgden.

Toen hij in Qubaa' aankwam ging hij stil zitten. De moslim-bewoners van Medina al'ansaar die nog niet eerder de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hadden gezien begonnen Abu Bakr te begroeten, zij dachten dat hij de profeet was omdat hij grijs haar had. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam kreeg last van de hete zon waarna Abu Bakr hem schaduwde met zijn kleed. Toen wisten de mensen dat hij de profeet moest zijn.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verbleef in Qubaa' vier dagen bij Kalthoem Ibn Alhadm of bij Sa'd Ibn Khaithamah. In deze dagen stichtte hij de Qubaa'-moskee waar hij ook het gebed verrichtte. Op de vijfde dag, dat was op vrijdag, bevool Allah, de Verhevene, hem om te vertrekken. Hij zadelde zijn kameel samen met Abu Bakr en stuurde naar zijn ooms van zijn moeders kant Beni An-nadjaar. Zij kwamen gewapend naar hem toe. Daarna vertrok hij met hen richting Medina.

Toen hij het gebied van Beni Salem Ibn A'wf had genaderd, brak het tijdstip van het vrijdagmiddaggebed aan. Daar verrichtten zij het gebed in een groep van honderd man.

De aankomst in Medina
De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naderde Medina terwijl de bewoners massaal de straat op waren gegaan om hem te verwelkomen. De huizen trilden van loftuiting en verering voor hem. De vrouwen en kinderen zeiden in een gedicht:

"De volle maan verscheen boven ons, boven de op elkaar gestapelde groeten uit. Wij zijn verplicht dankbaarheid te tonen, zolang nog iemand Allah aanroept. O, u die naar ons toegezonden bent, Uw opdracht wordt gehoorzaamd."

Bij elke woning waar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam langskwam trokken de mensen van Al'ansar aan zijn kameel en vroegen hem om bij hen in te trekken en zij beloofden dat zij zouden instaan voor zijn bescherming. Hij zei tegen hen: ,,Laat de kameel zijn weg gaan, want het is hem opgedragen". De kameel knielde neer toen hij bij de plek van de moskee van de profeet was aangekomen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bleef zitten, waarna de kameel opstond en verder liep waarna hij weer terugkeerde naar dezelfde plek. De profeet stapte toen af en de mensen vroegen hem om bij hen in te trekken. Abu Ayoeb Al'ansari, moge Allah met hem tevreden zijn, nam zijn bagage naar zijn huis waarop de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,Men gaat waar zijn bagage naar toe gaat". As'ad Ibn Zurarah nam de kameel mee. De moslimbewoners van Medina "al'ansar" waren gastvrij jegens de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Elke avond kreeg hij meerdere schalen gevuld met eten van hen.

De migratie van Ali, de zoon van Abu Talib, naar Medina
Ali is na het vertrek van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam drie dagen in Mekka gebleven. Daarna vertrok ook hij, nadat hij onderpanden had teruggegeven die de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam nog van sommige bewoners van Mekka in zijn bezit had. Hij vertrok lopend en haalde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bij Qubaa' in. Hij trok daar in bij Kalthoem Ibn Alhadm.

De migratie van de familieleden van de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam "ahl albayt"
Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zich had gevestigd in Medina stuurde hij Zaid Ibn Harithah en Abu Rafi'e naar Mekka om zijn familie te halen. Zij brachten de dochters van de profeet Fatima en Oum Kalthoem mee en zijn vrouw Sawdah. Ook waren Oum Ayman en Ousama Ibn Zaid meegekomen. Samen met hen was Abdullah, de zoon van Abu Bakr met enkele andere kinderen van Abu Bakr; voorts Oum Roeman, Asma'e en A?cha, moge Allah met hen allen tevreden zijn. Dit gebeurde zes maanden na de migratie van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam .

De migratie van Suhaib
Suhaib immigreerde na de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . De afgodendienaars hielden hem tegen in Mekka bij zijn vertrek en lieten hem pas gaan toen hij zijn grote vermogen achterliet. Toen hij bij zijn aankomst in Medina zijn verhaal deed aan de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei de profeet: ,,Deze ruil heeft jou veel opgeleverd, Abu Yahia". Abu Yahia was een bijnaam van Suhaib.

De zwakke mensen
De afgodendienaars hielden de zwakke moslims die wilden immigreren tegen, zij mishandelden hen en stoorden hen in het beoefenen van hun religie. Onder deze mensen waren: Alwalid Ibn Alwalid, I'yash Ibn Rabi'ah en Hisham Ibn Al'as. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam riep Allah voor hen aan in zijn gebeden en verwenste degenen die hen tegenhielden. Dit is de oorsprong van het qunut-gebed geworden. Na zekere tijd heeft iemand onder de moslims moedig actie ondernomen en heeft hen uit de greep van de ongelovigen kunnen bevrijden waarna zij alsnog naar Medina konden immigreren.

Het klimaat van Medina
De migranten raakten in Medina bezorgd en bedroefd omdat zij hun land en huizen waar zij op waren gegroeid hadden verlaten. Zij dachten hier voortdurend aan en kregen heimwee. Het feit dat er veel ziektes in Medina waren maakte het alleen maar erger. Zij werden hiervan niet gespaard. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam riep toen zijn Heer, de Verhevene, aan en zei:

"O Allah, maak Medina geliefd bij ons zoals Mekka of nog geliefder, maak het in ieder geval gezonder. Schenk het Uw zegeningen en verplaats de koorts-ziekte naar Aldjuhfah".

Allah, de Verhevene, verhoorde zijn verzoek, waarna de moslims ongestoord konden verblijven en daadwerkelijk meer van Medina zijn gaan houden.


naar inhoudsopgave
Naar Inhoudsopgave

Hoofdstuk 24 van 35 hoofdstukken
Copyrights
Alle auteursrechten en vertaalrechten zijn voor-behouden aan Stichting Alwaqf AlIslami te Eindhoven.

Bron

www.al-islaam.com


Meer info
Bekijk voor meer info omtrent dit onderwerp ook eens het Archief en/of de Links

Advertentie
Ontstaan van de Koran
De Koran van kaft tot kaft
Moge Allah mij vergeven wanneer ik fouten heb gemaakt en Allah weet het beste!
Risallah.com, Juni 2004